“We kunnen behandeluitkomsten pas vergelijken, wanneer er voor bepaalde karakteristieken van patiëntpopulaties, de zogenaamde case-mix, goed gecorrigeerd kan worden. Dat lukt nog onvoldoende voor morbiditeit, omdat ziekenhuizen dit op verschillende manieren meten”, vertelt Oemrawsingh. Reden genoeg om tijdens zijn onderzoeksstage bij ICHOM in Boston overzicht te bieden in bestaande vragenlijsten hiervoor.
Bij dit internationale consortium voor uitkomstmetingen in de zorg was hij hiervoor op het juiste adres. “De missie van ICHOM is om wereldwijd te komen tot uniforme gestandaardiseerde uitkomstensets die belangrijk zijn voor de patiënt. Alleen zo kunnen we gericht kwaliteit vergelijken en verbeteren. Zo’n set bestaat uit case-mix-factoren, en klinische en patiënt-gerapporteerde uitkomstmaten (PROMs). Ons onderzoek gaat over vragenlijsten naar een belangrijke case-mix-factor.”

Zoektocht
In de Nederlandse praktijk wordt morbiditeit meestal geregistreerd op basis van medische dossiers. Volgens Oemrawsingh heeft dit beperkingen en zijn de gegevens niet altijd actueel. Daarom is ook patiëntonderzoek nodig. “Patiënten zijn zich tegenwoordig ook bewuster van hun gezondheid en hebben kennis over hun ziektebeeld en de medicatie die ze gebruiken. Ik verwacht dat we met vragenlijsten beter in kaart kunnen brengen wat de ernst en ziektelast van een extra aandoening als diabetes voor de patiënt betekent.”
In zijn zoektocht selecteerde hij 34 uit ruim duizend mogelijk relevante artikelen over algemene morbiditeitsinstrumenten. Vervolgens zoomde hij in op de drie meest geciteerde en gevalideerde morbiditeitsvragenlijsten: de Self-Administered Comorbidity Questionnaire (SCQ/ waarvan een Nederlandse vertaling is gevalideerd), Self-Reported Charlson Comorbidity Index (SR-CC) en de Disease Burden Morbidity Assesment (DBMA).

Bruikbaar
Maar deze meetinstrumenten hebben nog de nodige haken en ogen en moeten nog verder ontwikkeld worden, is de bevinding van Oemrawsingh. Zo is verdere ontwikkeling van de betrouwbaarheid nodig. “Sommige studies bepaalden in hoeverre de uitkomsten van de vragenlijsten klopten met het medisch dossier. Bij diabetes mellitus was de betrouwbaarheid hoog, maar bij ziektebeelden als maagzweren en artrose waren de verschillen tussen de databronnen nog te groot. De betrouwbaarheid/ validiteit behoeft dus nog verbetering.”
Daarnaast blijkt uit zijn onderzoek dat sommige instrumenten mortaliteit konden voorspellen maar dat het verband met procesmaten als opnameduur, heropnames en zorgkosten nog te zwak is.

Ook voor het realiseren van waardegedreven zorg is het belangrijk om morbiditeit mee te nemen als case-mix, vindt Oemrawsingh. “Een van de doelen van waardegedreven zorg is het sturen op patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROMs). Dan wil je weten wat het verband is tussen morbiditeitsvragenlijstscores en PROMs, zodat je na case-mix-correctie kunt ontdekken waar je waarde kunt toevoegen.”
Oemrawsingh hoopt dan ook dat zijn studie meer inzicht biedt in bestaande patiënt-gerapporteerde morbiditeitsvragenlijsten en in de validatiestudies. Zijn onderzoek geeft in elk geval een overzicht van bestaande meetinstrumenten. “Maar er is meer onderzoek nodig om te achterhalen of deze vragenlijsten een betrouwbare databron kunnen vormen voor de registratie van morbiditeit.”

-----------------------------------------------------------------------------

Het onderzoek werd begeleid door Regan Bergmark, KNO-arts aan de Harvard Medical School en promotor Jan Hazelzet, hoogleraar in het Erasmus MC.
Lees meer: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1098301520301327