Van links naar rechts: Anouk Vermeer, Greetje de Grooth en Maarten van der Laan

Greetje de Grooth: ‘Op basis van goede data weten we wat nodig en zinnig is voor de patiënt’

Greetje de Grooth is van huis uit cardioloog. Momenteel richt ze zich als hoofd strategische programma’s bij het directoraat Kwaliteit en Veiligheid van het LUMC op zorginnovatie, zoals waardegedreven zorg en Safety 2.

Taak en rol: “Met ondersteuning van het  coördinatieteam sturen we het consortium aan. We richten ons op waardegedreven zorg, met meer aandacht voor bekostiging en data, op de veerkrachtige zorgprofessional en andere manieren van verantwoorden en accrediteren. In proeftuinen geven de umc’s hieraan concreet vorm.
Als technisch voorzitter zit ik de vergaderingen voor. Op mijn initiatief brainstormen we iedere vergadering ook over een inhoudelijk onderwerp dat aansluit op onze speerpunten. Alle leden hebben een inhoudelijke portefeuille. Wij zorgen dat zij daarbij de juiste ondersteuning krijgen.”

Wat gaat het consortium van je merken? “Ik wil een duidelijk beeld geven van wat we als consortium doen en bevorderen dat we als umc’s het meerjarenplan realiseren. In proeftuinen testen we zorginnovaties, kijken we naar implementatie en ontdekken we wat wel en niet werkt.”

Ambitie: “Waardegedreven, toekomstbestendige zorg echt verder brengen. Dat vraagt een betere afstemming van de zorg op de individuele patiënt in plaats van op de ‘gemiddelde’ patiënt. Daarvoor moeten we beter weten wat voor de individuele patiënt werkt. Dat kan alleen als we door data inzicht krijgen in welke zorg of medicatie het beste past bij de patiënt die voor ons zit. Op basis van goede data weten we beter wat nodig en zinnig is voor hem/haar.
Als arts miste ik dat inzicht. Je begon bij elke patiënt met een hoge bloeddruk met de meest gebruikelijke bloeddrukverlager. Op basis van een dataprofiel kunnen we voorspellen welke bloeddrukverlager het beste zal werken en dus direct passende zorg bieden. Data openen ook de weg naar betere preventie. Het is een hele kluif om landelijk de data van bijvoorbeeld alle huisartsen en ziekenhuizen aan elkaar te koppelen. Maar we gaan ervoor.”

“Het is mooi om richting te kunnen geven aan het consortium en zo de invoering van toekomstbestendige, waarde- en datagedreven zorg dichterbij te brengen. Zorg die nauwkeurig is toegesneden op de patiënt is beter voor hem/haar en voorkomt onnodige zorg. En met goede preventie kunnen we zorg uitstellen en voorkomen. Alleen zo kunnen we de zorg verbeteren én veilig stellen voor de toekomst. Als consortium vormen we daarvoor een goede denktank met proeftuinen in de praktijk.”



Maarten van der Laan: ‘Ik mag moeilijke vragen stellen die schuren met hoe het nu is geregeld’

Maarten van der Laan is vaatchirurg in UMC Groningen en opleider van de vaatchirurgie. “Uit interesse volgde ik de eerste editie van de masteropleiding Kwaliteit en Veiligheid in de Zorg. Zo raakte ik betrokken bij projecten om kwaliteit vorm te geven in opleidingen en beter te verankeren in het professioneel handelen van zorgverleners.”

Taak en rol: “In het meerjarenplan heb ik samen met Greetje (voorzitter) de lijnen naar de toekomst uitgezet en afgestemd met het college van medisch directeuren, de bestuurders Opleiden en Patiëntenzorg en de voortrekkers in het consortium. Nu bewaken we het proces en de voortgang, zodat we daadwerkelijk stappen maken op het gebied van kwaliteit en veiligheid. 
Daarnaast kijk ik naar nieuwe ontwikkelingen en initiatieven die aansluiten bij onze ambities, zodat we kunnen versnellen. Zo delen we inzichten en verkennen we eventuele samenwerking met de Santeon ziekenhuizen op het gebied van waardegedreven zorg.” 

Wat gaat het consortium van je merken? “Dat we intensiever gaan samenwerken binnen het consortium en met andere partijen, zodat we vooruitgang boeken. Daarbij agendeer ik lastige onderwerpen, zoals data en financiering. Juist daar wil ik beweging in krijgen, door bijvoorbeeld de juiste partijen uit te nodigen, zoals ICT-directeuren en data-experts van best practises. Maar ook financiële mensen met een vernieuwende visie op financiering van de zorg en beleidsmakers van de NZA, ZN en het ministerie van VWS. Voor het realiseren van onze doelen hebben we hen nodig.”

Ambitie: “Ons speerpunt ‘veerkrachtige zorgprofessional’ is nog actueler geworden in de covid-crisis. Ik wil me inzetten voor het verbeteren van werkomstandigheden. Ook wil ik dat we op het gebied van ICT en financiën met pilots starten. Uit ons ZIRE-project bleek dat we allerlei data verzamelen voor externe partijen. Toen hebben we besloten alleen nog data te willen verzamelen die nuttig is voor verbetering van de zorg. Zo moeten we nu vechten voor financiering die de zorg beter maakt en netwerkzorg stimuleert.”

“Het mooie aan mijn rol is dat ik innovatief kan zijn. Ik mag moeilijke en pijnlijke vragen stellen die schuren met hoe het nu is geregeld. Kunnen we data uit het systeem ‘teruggeven’ aan de patiënt als ondersteuning van het beslisproces en om gepersonaliseerde zorg te bieden? Uit pilots blijkt dat dan bijvoorbeeld 20% van de ouderen kiest voor kwaliteit van leven en afziet van zware levensverlengende behandelingen. Zo besparen we, maar financieel schieten we ons als zorgaanbieders in de voet, omdat betere en zinnige zorg minder geld opbrengt. Juist dan wil ik onderzoeken hoe betere zorg wél kan lonen.”


Anouk Vermeer: ‘Voor maximale impact is binding met anderen nodig’

Anouk Vermeer is sinds 2018 lid van de Raad van Bestuur van UMC Utrecht en is daar verantwoordelijk voor operationele zaken, van kwaliteit en veiligheid tot capaciteit. Hiervoor was ze manager bij Catharine Ziekenhuis. Ze heeft vanuit haar studies natuurkunde en bedrijfskunde ruim twintig jaar in de high tech industry (medical equipment & devices) gewerkt.

Taak en rol: “Greetje, Maarten en ik vormen een eenheid, waarbij ik de linking pin ben tussen het consortium en de bestuurscommissie Opleiden en Patiëntenzorg. Naast de consortiumvergaderingen overleggen we samen één tot twee keer per maand hoe we zaken verder vormgeven, zodat er voortgang is in het realiseren van onze ambities. Ik stimuleer dat we besluiten nemen en afspraken nakomen. Zo zorgen we samen dat we onze ambities uit het meerjarenplan realiseren.”

Wat gaan de leden van je merken? “Ik wil laagdrempelig en benaderbaar voor hen zijn. Ik zit de vergaderingen niet voor, maar ga in op de inhoud en stel daar kritische open vragen over en discussieer mee. Daarnaast bevorder ik dat het consortium de verbinding houdt met de directeuren kwaliteit, maar ook met andere groepen binnen en buiten de NFU. Het consortium heeft veel kennis en ervaring, en loopt voorop. Maar om maximale impact te kunnen hebben, is binding met anderen een voorwaarde voor succes. Daartoe wil ik het consortium uitdagen.”

Ambitie: “We hebben samen een meerjarenplan gemaakt. Nu moeten we de juiste stappen zetten om dat waar te maken. Daarvoor wil ik een drijvende kracht zijn. Bijvoorbeeld door de juiste keuzes te maken, focus aan te brengen en de voortgang kritisch te volgen. Daarbij vind ik dat je beter twee dingen goed kunt realiseren dan met tien dingen tegelijk bezig zijn.
Het is belangrijk dat we het met zijn allen doen. Ieders input is gelijkwaardig en we moeten echt samen keuzes maken. Zo wil ik dat we voortgang boeken met onze ambities en zal ik daarvoor ook op tijd bijsturen als dat nodig is.”

“Het consortium is mooi. De thema’s waardegedreven zorg en veerkrachtige zorgprofessionals, en de programma’s anders verantwoorden en onderwijs zijn essentieel voor de toekomst van de gezondheidszorg en passen bij de NFU. De ziekenhuizen zijn bezig met waardegedreven zorg, zorgpaden en het anders meten van uitkomsten. In het consortium kunnen we als umc’s de zorg verbeteren en betere uitkomsten behalen voor de patiënt. De komende jaren zullen die steeds tastbaarder worden voor patiënten. Zij moeten ervaren dat de uitkomsten van de zorg bij hen passen.”