Waarom is dit zo belangrijk?
‘Resistente micro-organismen bedreigen de patiëntveiligheid, omdat er vrijwel geen nieuwe antibiotica meer worden ontwikkeld. In vergelijking met andere landen is de resistentie in Nederland relatief laag, maar bacteriën houden zich niet aan landsgrenzen. Om resistentie te voorkomen gaan we infectiebestrijding en bewust antibioticagebruik verbeteren op alle afdelingen in het UMCG.’

Hoe pakken jullie dat aan?
‘We willen dat er dagelijks een deskundige naar de afdelingen gaat. Bij de diagnose moet je direct kritisch kijken of antibiotica zinvol zijn en of er wel een breed-spectrum-middel nodig is. We gaan zorgverleners van de afdelingen opleiden, zodat er een netwerk komt van dokters, verpleegkundigen en kwaliteitsmedewerkers die gericht zijn op infectiepreventie en bewust gebruik van antibiotica.

Juist die interdisciplinaire aanpak spreekt mij aan. In de NFU-master zaten we als dokters, verpleegkundigen en kwaliteitsmensen in één opleidingsgroep. We vulden elkaar goed aan. Bovendien wisselde ik daar ook kennis uit met medewerkers van andere umc’s. En alle umc’s verzorgden ook een module. Die uitwisseling was zeer leerzaam. Ook op het gebied van antibioticaresistentie kunnen we veel van elkaar leren.’

Wat is jouw motivatie voor het kwaliteitsvak?
‘Mijn affiniteit met het verbeteren van patiëntenzorg is groot. Patiënten zijn vaak kwetsbaar. Ik wil hen beschermen en een veilige omgeving bieden. Ik kan op verschillende fronten bijdragen aan patiëntveiligheid en kwaliteit van zorg, in de praktijk en door middel van onderzoek en onderwijs.
Het mooie van het kwaliteitsvak is dat je het met én voor patiënten doet met alle beroepsgroepen. Nadat ik veertien jaar als adviseur van de Raad van Bestuur in het UMCG heb gewerkt, houd ik mij nu weer bezig met patiëntenzorg. Dat ligt mij. Ik heb het gevoel dat ik vanuit de inhoud meer kan bijdragen aan de kwaliteit van de zorg.’

Wat heeft de NFU-master je vooral gebracht?
‘Tijdens de master heb ik veel geleerd over allerlei facetten van kwaliteit en veiligheid. Het is een soort snelkookpan. Wat ik vooral heb meegenomen is dat ik levenslang wil blijven leren. De master heeft mij aangezet tot reflectie en leren van anderen. Ronnie van Diemen (Inspecteur Generaal voor Gezondheidszorg en Jeugd) was een van onze docenten. Zij heeft ons onder meer geleerd om aan het einde van elke werkdag onszelf de vraag te stellen ‘wat heb ik vandaag geleerd en wat ga ik morgen anders doen?’. Dat advies volg ik vrijwel dagelijks op. Vandaag heb ik aan het eind van de dag bijvoorbeeld drie patiënten besproken met een ervaren arts-microbioloog. En eerder deze week heb ik een kweek uit laten gaan na vijf dagen, die zeven dagen had moeten blijven staan. Ik veronderstelde dat deze al zeven dagen oud was, maar heb dat niet gecheckt. Dat doe ik voortaan dus wel.

Wat er voor mij ook uitspringt, is het betrekken van patiënten bij kwaliteitsverbetering. Bij onze onderwijsmodules zaten altijd patiëntvertegenwoordigers. Toch spraken we soms over patiënten in plaats van mét hen.  Als zorgprofessionals hebben we veel aannames over wat goed is voor de patiënt. Dat kun je beter aan de patiënt zelf vragen. We denken bijvoorbeeld dat alle patiënten met een antibiotica-infuus liever naar huis willen, uiteraard met goede zorg thuis. Maar wil elke patiënt dat echt? Dat moeten we aan hen vragen.’

Op welk kwaliteitsproject ben je afgestudeerd?
‘Tijdens het volgen van de NFU-master heb ik op verschillende verpleegafdelingen de handhygiënecompliance geobserveerd. Hierbij viel mij op dat de voorgeschreven handhygiënetechniek met zeven stappen (van de WHO) niet werd toegepast. Medewerkers gaven aan dat deze standaard te ingewikkeld en tijdrovend was. In mei 2019 stelt de WHO de voorgeschreven handhygiënetechniek open voor discussie. Op basis van mijn observaties heb ik in samen met een hoogleraar Revalidatiegeneeskunde alvast een nieuwe techniek ontwikkeld. In ons laboratorium onderzoeken we nu met 32 proefpersonen of deze techniek even effectief is. Verder monitoren we nu elektronisch of medewerkers hun handen desinfecteren op de vijf voorgeschreven momenten. Medewerkers krijgen op basis van deze automatisch verkregen feedback periodiek spiegelinformatie over hun handhygiënecompliance. Zo willen we de hygiënische werkwijze borgen.’
----------------------------------------------------------------------------

Dr. Edwina Doting werkt 22 jaar bij het UMCG; 1997 – 1999 AIOS Heelkunde, 1999 – 2013 Adviseur Raad van Bestuur, 2013 – 2018 Arts-microbioloog in opleiding, vanaf 2019 Arts-microbioloog

Op de foto, van links naar rechts: Laura Meewis, student, Edwina Doting, arts-microbioloog en Ties van Rijt, co-assistent, tijdens een onderwijssessie over handhygiëne.