Albers zit inmiddels in het tweede jaar van de master. De winst van deze opleiding is vooral dat hij vanuit een breder perspectief naar kwaliteitsvraagstukken leert kijken. “We kijken in modules naar de verschillende kwaliteitsthema’s. En leren vanuit een goede analyse en vanuit de context buiten het ziekenhuis een goed fundament te leggen onder het kwaliteitsbeleid, waarbij je rekening houdt met de praktijk in je ziekenhuis.” Als voormalig kinderarts op de IC en manager van ondersteunende afdelingen als Radiologie en paramedici kent Albers die praktijk van binnenuit.

Patiëntenperspectief
Een thema dat in alle modules in de master terugkomt is het patiëntenperspectief. Daarom participeren bij alle lesmodules ook patiënten. Albers: “Vanuit dat idee hebben mijn collega Marjan Stegeman (die ook de master volgt) en ik een patiënt uitgenodigd bij ons klasje van jonge specialisten. Zij heeft daar verteld over haar ervaring met een ingrijpende calamiteit, een doodgeboren kindje. Dat maakte diepe indruk en liet de specialisten zien hoe belangrijk het voor mensen is om daar open met hun specialist over te kunnen praten en zo het gebeurde te kunnen verwerken.”
Ook bij het calamiteitenbeleid betrekken Albers en zijn collega patiënten. “Dat leidt er onder meer toe dat we een patiënt of nabestaanden drie maanden na een calamiteit willen uitnodigen om te vragen hoe zij op het gebeurde terugkijken. Dat leert ons om beter aan te sluiten bij de behoefte van patiënten of nabestaanden.”

Sturen op kwaliteit
Veranderend toezicht vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en nieuwe inzichten leiden in de praktijk tot andere gedachten over het bewaken en verbeteren van kwaliteit, weet Albers. Zo moet de zorgprofessional meer zelf laten zien dat hij kwaliteit levert en dat zijn behandeling meerwaarde heeft. “Wij willen professionals meer in handen geven om zelf goed te kunnen sturen op kwaliteit. Hoe kunnen we dan als organisatie zorgen dat professionals daarvoor tijdig de juiste informatie krijgen, zodat ze bijvoorbeeld decubitus kunnen verminderen op basis van actuele cijfers? En hoe kun je sneller ervaringen van patiënten terugkoppelen op de afdeling zelf? De master biedt allerlei ingrediënten om zorgprofessionals te ondersteunen om zelf verantwoordelijk te kunnen zijn voor kwaliteit. Die vertalen we naar ons ziekenhuis.”

Blik naar buiten
Het is de ambitie van Albers om het kwaliteitsbeleid van het ziekenhuis nog beter te laten aansluiten op de maatschappelijke context. “Onze  ambitie is goede zorg leveren; dat kan alleen als je de maatschappelijke context meeneemt. De master leert mij over de grenzen van het eigen ziekenhuis heen te kijken. De professionals moeten het doen, maar vanuit de organisatie wil ik hen helpen om het perspectief te verbreden en meedenken over hoe zij hun verantwoordelijkheid voor kwaliteit kunnen nemen.
Door de opleiding volg ik de externe ontwikkelingen en ga ik gerichter op zoek naar standpunten van andere organisaties en instanties. Waar willen de Inspectie en het Zorginstituut heen, wat willen patiëntenorganisaties en hoe past dat bij wat wij als ziekenhuis willen? Dat vormt het fundament van ons kwaliteitsbeleid.”

Ondergedompeld in kwaliteit
Albers vindt de master buitengewoon boeiend en afwisselend. “Tijdens de lesdagen word ik uit mijn routine gehaald en ondergedompeld in kwaliteit. Daar krijg ik energie van. De master tilt mij boven de dagelijkse praktijk uit, dat inspireert me en brengt me op ideeën. Mijn kennis wordt verdiept met context en modellen, maar ik leer ook dat implementeren ingewikkeld is en dat het keihard werken is. Wat dat betreft is de master ook praktijkgericht.”
De master is volgens hem dan ook een aanrader voor iedereen die kwaliteit en veiligheid wil neerzetten in een ziekenhuis. “Het zorgt dat je meer succes hebt omdat je bewuster en analytischer te werk gaat. En dat je de mensen leert betrekken waar het omgaat: professionals én patiënten.”